IT-gedicht voor de NS

IT staat voor informatietechnologie en dus ben je dolblij dat het wordt afgekort tot slechts twee letters.
In september kwamen de IT’ers en architecten van NS tezamen om van elkaar te leren en hun toekomstvisies te presenteren.
Dit gebeurde op het hoofdkantoor van de NS te Utrecht.

Ik, De Man met de Pen, heb niet echt veel kaas gegeten van IT, linked data, artificial intelligence en open source information, maar toch schreef ik een vers met een frisse kijk op de zaak (zie hieronder).
Aan het eind van de middag droeg ik het gedicht voor en werd de informatieve, technologische dag poëtisch samengevat.

Bent u ook op zoek naar een sneldichter, wrap-up-dichter of evenementendichter?
Neem contact met me op en ik leg graag uit wat ik voor u kan doen.

 

Schrijven in de (model)trein
De arena waarin de voordracht plaatsvond

Alle lof en een beetje confetti

Als doodnormale woon-werk-reiziger
denk ik natuurlijk nooit echt aan IT.
Ik denk alleen: “de trein wordt prijziger
en kom ik wel op tijd van A naar B,”

maar ondanks doorsnee treinforenzenzorgen
voel ik mij door u allen diep geraakt:
bij u voel ik me digitaal geborgen,
omdat u mij steeds virtueel bewaakt.

Bedankt dat van mijn NS spoorwegritten
de bulk big data nooit is uitgelekt;
de keren dat ik eerste klas ging zitten,
de keren dat ik niet heb uitgecheckt.

Weet dat ik als klant nooit meer zal kiezen
voor een ánder soort mobiliteit.
Nee, mij zult u als klant echt nooit verliezen,
zolang de trein op tijd en veilig rijdt.

Ja, ik (de reiziger) groei in getale;
het volk dat haastig tussen treinen rent
en zwetend poogt de aansluiting te halen
neemt toe in twintig jaar met 40%.

Vandaar ook dat u hier nu samen bent;
voor toekomstvisie, architectenlessen
én opdat u aan het credo went:
alleen samen kom je tot successen.

Technologieën en de klantervaring,
u krijgt het allemaal soms op uw bord,
de wissels tussen geldstroom en besparing,
het vaste feit dat alles anders wordt.

Van duct tape tot de nieuwste integraties,
hoe álles steeds maar digitaliseert.
Knooppuntplanning, linked data revelaties,
het heeft u, naar ik hoop, geïnspireerd.

Nu kamp ik nog, als doodnormale dichter,
met een besef dat me nogal ontzet
en tegelijk maakt het m’n leven lichter,
want u komt dagelijks voor mij uit bed.

U zet dag in dag uit vrij vroeg de wekker
opdat ík, die graag uit treinen staart,
een doorgewinterd OV-chipkaart-checker,
mijn reis als soepel en plezant ervaar.

Maar goed, u hoorde architectenvisies
(de bruggenbouwers van proces naar mens),
maar nu zet ik uiteen met veel precisie
wat ik, uw reiziger, ten diepste wens:

dat u zo zalig aan IT blijft werken,
aan elke app, model, aan elk proces,
en dat de reizgers er niks van merken,
want dan boekt u een ongekend succes…

…én ik wens, wanneer ik jarig ben
(indien ik op die dag ben ingecheckt),
dat ik, terwijl ik naar mijn treintje ren,
dan onder de confetti wordt bedekt.

september 2019, de Man met de Pen ©


Wrap-up dichter

Op 14 november 2018 vond er een interessante conferentie plaats van Cultuuronderwijs/Scholen in de Kunst in Amersfoort met als thema: culturele diversiteit. Daarbij mocht ik een wrap-upgedicht schrijven om de algemene boodschap en sfeer van de bijeenkomst samen te vatten.

Vooral op basis van de sprekers aan het begin van het evenement (Fatma Koser Kaya en Özcan Akyol) schreef ik een gedicht dat ik aan het einde van de bijeenkomst ten gehore bracht (zie foto’s onderaan). Vandaar de naam “wrap-up”, wat zoiets betekent als afronden of verpakken.

Na nog wat mensen te hebben gesproken en workshops te hebben bijgewoond is dit het eindresultaat geworden:

Missie

Centraal als thema stond diversiteit.
Dat ging toch over ras en achtergrond,
geloof, geaardheid, kroeshaar of juist blond
en over termen als etniciteit?

Maar al die grote woorden zeer ten spijt
blijkt dat je als immigrantenkind
het “anders zijn” niet eens zo ondervindt
en dat veel afhangt van nieuwsgierigheid.

Ach, wie je bent is zomaar een verweving
van je taal, je school en je cultuur,
met wie je speelt en ook in welke buurt;
zo word je het product van je omgeving.

Maar waar je woonde en bent opgegroeid
(bijvoorbeeld Deventer in ’84,
in een buurt wat pauper en neerslachtig)
houdt je soms geketend en geboeid.

De een voelt zich als kind gehoord, geborgen,
met een gevulde maag, gevulde zakken.
De ander heeft bijkans geen cent te makken
en klampt zich vast aan “met het oog op morgen”.

Zo blijkt dat het dus best gevaarlijk is
om als docent te focussen op leren
en te vergeten om te observeren
wat een kind kán en wie het waarlijk ís.

Vandaar dat nu mijn eindconclusie is
dat de kiem van kunde en talent
vooral benoemd moet worden en herkend
en dat “niets kunnen” een illusie is.

Aan u de taak talent dat soms heel diep
in iemands binnenste lui ligt te slapen
in dans of spel of taal te doen ontwaken
bij u op school, ’t cultuurhuis of de bieb.

De Man met de Pen ©

De reacties achteraf en later op social media waren erg positief en lovend.